Status

Status

Geen vogel vliegt te hoog als hij met eigen vleugels vliegt

Er zijn drie statusdomeinen:

  • de sociale status
  • de functie gebonden status en
  • de interactiestatus.

De sociale status

De sociale status is het aanzien, de eer, het prestige dat iemand verwerft en met zich meedraagt in een groep, organisatie of samenleving waarin die persoon zich begeeft.

Om de status vorm te geven en te bevestigen, wordt soms een statussymbool geschonken of aangeschaft.

Sociale status kan op verschillende manieren worden verworven:

  • Inkomen en vermogen zijn meestal belangrijke elementen in iemands sociale status. Weliswaar zijn dit taboes in gesprekken. Met geld kunnen statussymbolen worden gekocht.
  • Iemands beroep is een belangrijke statusindicator. Vanouds genoten advocaten, leraren, notarissen en artsen groot respect en hadden dus een hoge status. Daar kan men politici en kopstukken in het bedrijfsleven aan toevoegen. Doorgaans geldt: hoe hoger de positie, hoe hoger de status.
  • Netwerk. De personen met wie men omgaat zijn vaak een indicatie voor de sociale status. Hetzelfde geldt voor lidmaatschap van bepaalde verenigingen en het beoefenen van bepaalde sporten, waarbij snobisme en netwerken een grote rol speelt.
  • De genoten opleiding is op zichzelf van groot belang voor de sociale status. Een academische opleiding telt zwaar mee en waar deze is genoten.
  • Afkomst. Wie uit een familie komt met een grote stamboom en een traditie van hoogwaardigheidsbekleders of succesvolle zakenlieden heeft, wordt automatisch een hogere status aangerekend dan zij die deze bagage niet hebben.
  • Etnische afkomst. Naarmate de sociale status van een groep (met name opleiding, werk en inkomen) hoger is, worden etnische en culturele verschillen tussen groepen echter minder belangrijk gevonden.
  • Status binnen de groep. Een held voor de één, is een boef voor de ander. Een milieuactivist zal bijvoorbeeld binnen GroenLinks anders worden beoordeeld dan binnen de VVD.

Met sociale status ordenen we de samenleving. De sociale status van een notaris en een tuinman verschillen. Ze wonen in een ander huis, hebben andere vrienden, dragen andere kleding. De notaris staat hoger op de maatschappelijke ladder dan een tuinman.

De functie gebonden status

Ook binnen organisaties herken je een rangorde of hiërarchie. De directeur, de manager en de productiemedewerker hebben elk hun eigen plek in de functie gebonden hiërarchie. De manager praat anders tegen de directeur dan tegen een productiemedewerker. De functie gebonden status van de directeur is hoger, die van de productiemedewerker is lager.

De interactiestatus

De interactiestatus bepaalt van moment tot moment de verhouding tussen mensen. Dit herken je door de houding, gedrag en stemgebruik. De woorden die je gebruikt, geven uitdrukking aan de statusverhoudingen. Bij de interactiestatus spreek je van een positie: iemand is of heeft een hogere of een lagere status.

Voorbeelden van remmende krachten:

  • het is belangrijker wat je bent dan wie je bent
  • maakt ongemakkelijke verschillen zichtbaar en voelbaar, waardoor gelijkwaardige communicatie en informatie uitwisseling achterwege blijft
  • carrièreplafond
  • de hiërarchie volgen is belangrijker dan problemen oplossen
  • alleen dat doen om macht en aanzien te verkrijgen
  • bang om door de mand te vallen, statusverlies, schaamte
  • neiging om mensen te beschouwen als dingen die gemanipuleerd kunnen worden
  • statusangst: de kwellende gedachte dat je een te lage sociale status verwerft om in je organisatie – team gerespecteerd te worden (bijvoorbeeld bij demotie)

Voorbeelden van ondersteunende krachten:

  • verbetert het imago van je team of organisatie
  • maakt zakendoen met gelijkgestemden makkelijker
  • legt waarde in de schaal
  • tevreden klanten, medewerkers (trotsgevoel)

Wat je kunt doen om deze kracht positief te beïnvloeden

Bevorder betekenisvolle interactie. Haal bijvoorbeeld eens de tafels weg, waardoor je met elkaar in een cirkel zit. Dit verandert meteen de sfeer en de interactie. Start een bespreking met een ‘check- in’ waarbij iedere deelnemer aangeeft hoe die er bij zit. Of doe een proces check tussendoor: een time out van 2 minuten waarin iedereen voor zichzelf nagaat hoe het gesprek gaat en wat er beter kan. En wat hij daarin kan doen. Vertel verhalen en anekdotes in plaats van het uitwisselen van meningen of feiten. Het delen van verhalen helpt om kennis op een heel natuurlijke manier te delen en te ontwikkelen.

Investeer in echt ontmoeten. Maak overleg echt productief, dat het resultaat centraal staat. Geef aandacht aan elkaar om hiermee de essentie boven water te krijgen en om écht scherp te krijgen waar het om gaat en wat nodig is om verder te komen. En wat voor iedereen persoonlijk van belang is. Complexe vraagstukken vragen om het vinden van de essentie en is iets wat je samen doet.

Draag kleding die interactie bevordert. Geef jezelf een persoonlijk accent dat iets over jou als persoon vertelt. Blijf dicht bij jezelf. Draag kleding die jouw authenticiteit versterkt. Authentiek zijn is een keuze!

Klik dan op onderstaande button!